Weekeind Edam in coronatijd

10-06-2020 in: Blogberichten

10-06-2020

Geboortedorp

Stefanie wilde graag een keer naar Edam om te zien waar ik vandaan kom. Voordat we ‘s avonds naar mijn zus gingen liepen we door mijn geboortestad en liet ik zien waar ik heb gewoond, gespeeld, gespijbeld en geschaatst. Ik vertelde haar van alles en liet op weg naar het strandbad waar ik altijd surfte en waar ik net als alle jongens in de zomer achter de meisjes aan heb gezeten het huis van de familie Roos zien, het mooiste huis van Edam. Er stond een bordje ‘bed and breakfast’ achter het raam maar thuisgekomen konden we op internet niets terugvinden.

Meer dan een half jaar later kreeg ik van Steef voor mijn verjaardag een lang weekeind Edam van vrijdagmiddag tot maandagochtend. Ze had geregeld dat we in de bed and breakfast ‘De Meeuwen Manor’ konden slapen. Mijn verjaardag vierden we, zoals het in coronatijd hoort maar na het versturen van een opstandige uitnodiging naar vrienden en familie, met het gezin. Wel had ik zonder dat ik me realiseerde dat het mijn verjaardag was een afspraak met Menno Doornbos gemaakt. Eigenlijk heel logisch want Menno is al jaren onderdeel van het gezin. Hij is de grootste kunstliefhebber en -kenner die ik ken.

Ondanks dat op het internet ieder spoor ontbrak van de B&B had Steef het adres van de eigenaar achterhaald door mijn zus te appen met de vraag of ze kon helpen. Martijn Roos, de zoon van Aart en Amie Roos die er altijd gewoond hebben, woont er nu. Hij verhuurt er ook een studio. Martijn is een paar jaar ouder dan mijn zus (die weer een paar jaar ouder is dan ik). Ik kende hem dus een beetje. Hij is muzikaal en verzorgde toen er ’s avonds nog muziek gedraaid werd op BNR de nachtmuziek. Ongelooflijk goede muziek weet ik nog.

Maaike (mijn zus) is met regelmaat met hem op stap geweest en ook wel eens wakker geworden in het bed waar wij nu gingen slapen! Volgens beiden is er nooit iets gebeurd behalve dat Martijn ’s morgens een keer achter zijn piano kroop om voor Maaike te zingen. Hij kan heel goed zingen. Martijn schrok zich een ongeluk toen hij plaatsnam en een oog in een glas water geplaatst op de piano hem aankeek. Op dat moment richtte mij zus zich geschrokken op en keek naar Martijn, het oog op de piano was haar glazen oog.

Toen Menno hoorde dat we in het huis van Aart Roos gingen logeren wist hij te vertellen dat hij daar vaak op bezoek was geweest. Hij had werken van Roos verkocht en kende de kunstenaar goed. De chaotische aaneenschakeling van gebeurtenissen gedachten en vooral de reeks toevalligheden was de reden om dit bericht te schrijven.  

Het huis van de Rozen

Toen we aankwamen in Edam werden we ontvangen door Martijn, hij leidde ons rond door de studio waar de piano nog steeds stond en wat de aanleiding was om het hele verhaal van het glazen oog te vertellen. We liepen door de tuin en de beneden verdieping van het huis. Onderaan de trap schroomde hij even om ons mee naar boven te nemen (beneden was het namelijk ook al best een puinhoop) maar bedacht toen dat we nu toch al ingeleid waren en vermoedelijk dat wij niet de personen waren om iets voor te verbergen of om je voor te schamen.

We mochten mee naar boven. Een wand was voorzien van een smaakvol geordende boekenkast maar de vloer lag vol boeken en tijdschriften die nog geordend moesten worden. Hij was ermee bezig getuigde de lege borden en het bestek dat tussen de boeken en tijdschriften lag. Boven was veel beter te zien dat het huis verwaarloosd was. De sfeer en de verhalen van Martijn maakten echter dat je je in een droomhuis waande. Een gekke lage kast om het trapgat was ooit de bar toen het pand nog een herberg was en het IJsselmeer de Zuiderzee en de gasten (scheepslieden) met een loopbrug van de dijk over de brug de herberg in kwamen, toch een soort begane grond dus. De loopbrug was weg maar naar buiten kijkend was het niet moeilijk voor te stellen hoe de brug over de weg een directe verbindingen met de dijk vormde.

Na de uitgebreide rondleiding dronken we rosé in de tuin. De tuin was net gesnoeid en de planten en bloemen die er altijd hadden gestaan waren nog steeds weelderig.

Martijn vertelde druk over zichzelf, zijn ouders, het huis en de kleurrijke eigenaar die het huis lang voor zijn ouders had gehad, voordat zij het in de jaren vijftig voor bijna niets hadden gekocht. Over zijn vader en het huis waren boeken geschreven en de rest van het weekeind heb ik ieder moment aangegrepen de boeken te lezen.

Corona in Edam

Vanaf het eerste begin ben ik zeer kritisch geweest over de gekte die er rondom het Coronavirus is ontstaan en om de genomen maatregelen. Bijna niemand geeft een hand die ik ontmoet maar gelukkig nemen we meestal afscheid met een knuffel. Ik ben niet gelovig maar ik voel me een beetje de apostel tegen het ‘samen tegen Corona’! In Eindhoven vind ik dat er al best overdreven en angstig gereageerd wordt en ik dacht dat dat vergelijkbaar zou zijn met de rest van Nederland omdat wij immers in het episch centrum zitten. In Edam bleek er een soort overtreffende trap angst te bestaan. Mensen bleken anderhalve meter afstand niet voldoende te vinden en in de winkels hangt vrijwel overal plastic, betaalstations zijn afgesloten en mensen spreken nauwelijks met elkaar af. Een merkwaardige situatie als je bedenkt dat er niet eens zoveel besmettingen zijn.

We wandelden drie dagen door Edam en Volendam en ik werd voortdurend herkend. We hoorden ze in Edam dachten dat het bij ons in Noord-Brabant bar en boos is en dat we geteisterd worden door Corona. We leken de twijfelachtige eer te krijgen de Nederlandse ontdekkers én verspreiders van het virus te zijn en werden nog net niet de rug toegekeerd (we zijn bekenden). Wanneer we vertelden dat we in ons pand met ongeveer honderd man zijn blijven werken en dat we nauwelijks Coronagevallen om ons heen hebben gehad, en als al, dat ze snel weer op de been waren. Dat het vlak na de carnaval en wintersport is begonnen en dat corona vooral, zoals overal, in verzorgingstehuizen om zich heen grijpt begrijpen ze wel dat er geen sprake is van een absolute ramp.

Meestal namen we afscheid met de uitgesproken wens dat het toch wel belangrijk is dat de kermis begin September doorgaat. In Edam is het al zeker afgelast. De hoop is nu gevestigd op de kermis in Volendam, een week later. De kermis in Edam en Volendam is als carnaval in Brabant. Als het zoals gebruikelijk gevierd wordt lijkt het verstandig om niet vervolgens gezellig en masse, zoals bij ons in Brabant is gebeurd, bij de opa’s en oma’s die het niet mee hebben gevierd langs te gaan om te vertellen hoe leuk het was.

Of wel langsgaan en bedenken dat de regels kennelijk tekortschieten op deze plekken. Dat is tevens een van mijn grootste punten van kritiek op de Coronamaatregelen. Het beleid is overmatig voor de mensen die het niet nodig hebben en schiet tekort voor de mensen die het wel nodig hebben. Precies zoals het in Italië, waar ze de spits hebben afgebeten, ook het geval was. De beste stuurlui staan vanzelfsprekend aan wal. Aan de andere kant als ik zou moeten kiezen dan leg ik mijn lot liever in de handen van iemand die een zware storm heeft meegemaakt dan iemand die er alleen over heeft gelezen.

Over nuchterheid gesproken; ik kwam Sjon Duif nog tegen, hij herkende me nog van de voetbal meer dan dertig jaar geleden. Hij gaf gelijk een hand. Ik vroeg hem of hij, net als ik, niet aan Corona doet. Hij antwoordde dat hij er vanuit gaat dat als ik ziek zou zijn of zou zijn geweest wel iets zou zeggen en bovendien dat het allemaal niet zo’n vaart zal lopen en nog wat over de doelgroep etc. Ik dacht: dat is er gelukkig een die zelf denkt en de uitzondering is op de constatering dat 17 miljoen mensen zonder kritiek precies doen wat er gevraagd wordt terwijl er meer dan voldoende reden is te twijfelen aan het doel, de doelmatigheid en de gevolgen van de maatregelen. Even verderop hangt er een affiche achter een raam ‘ik zeg nee tegen de 1.5 meter maatschappij #leefnietmetangst’ (of iets dergelijks). Angst is misschien wel het belangrijkste thema van Corona ondanks versoepelingen blijven mensen angstig thuis maar wat wil je als de media en overheid hand en hand angst proclameren!    

Onaannemelijk

We liepen over de dijk naar Volendam, de route die mijn moeder vaak liep. Haar wens was dat haar as hier verstrooid zou worden. Maaike vertelde laatst nog dat ze de urn bij het opruimen tegenkwam (eerst herkende ze de pot niet als zodanig). Binnenkort gaan we terug om de urn de dijk af te gooien. Ik had het met Steef over Mieke, de beste vriendin van mijn moeder, en dat we bij haar langs zouden moeten gaan. Ik bedacht haar later op een rustig moment te bellen (op de dijk fluit de wind door een telefoon).  

We liepen verder te genieten van de dijk en het IJsselmeer. Zo nu en dan vermaakten we ons om mensen die in de buitenlucht op de dijk met prachtig weer anderhalve meter niet voldoende vonden en het zekere voor het onzekere namen en meters naar beneden liepen om ons te laten passeren. Misschien dachten ze wel: die ken ik niet, en namen ze nog meer afstand uit voorzorg? De mensen die zo bang zijn hebben in elk geval het voordeel dat er bijna geen toeristen zijn met als gevolg dat de straten in Edam Volendam nagenoeg leeg zijn. Voor ons is het weekeind door een totaal gebrek aan toerisme ook een ‘once in a lifetime experience’ geworden. Ik werd herkend als de jongen waar lang geleden mee gevoetbald, gespijbeld hutten gebouwd opgepast en veel meer is.

Op een goed moment liepen we richting een man die zijn hondje aan het uitlaten was. Toen ik bijna oog in oog met hem stond, hij was kennelijk minder bang dan de rest van de voorbijgangers,  herkende ik hem en hij mij. Opmerkelijk laat maar dat kwam omdat het totaal onaannemelijk was elkaar daar te ontmoeten. Het was Wouter Vossen. Het eerste na de begroeting (hé Wouter, hé Piet) wat hij zei was: ‘oh ja jij komt hier vandaan’. Ik vroeg hem op mijn beurt wat hij hier deed. Zijn zoon voetbalt nogal goed en zit bij Jong Volendam. Tijdens de training kon hij mooi de hond uitlaten. Zijn zoon die nog geen rijbewijs heeft wilde wel om de hoek afgezet worden want de meeste Jong-Volendam-voetballers komen met eigen vervoer. Ik had op de heenweg nog aan Steef verteld hoe goed Volendammers in veel zijn. Zonder trots want ondanks dat Edam-Volendam één gemeente is moeten Edammers niets hebben van Volendammers en andersom.

Wat overigens tijdens het weekeind verschillende keren bevestigd werd met name de grootse architectuur van Volendamse eigenaars die door ruimtegebrek toch maar in Edam gaan wonen is een doorn in het oog van veel Edammers. Maar Volendammers voetballen dus jaloersmakend goed. Als wij met de A1 tegen de A12 van Volendam moesten voetballen werd een overwinning als een kampioenschap gevierd (hoeveel teams er echt waren weet ik niet meer).

Met Wouter had ik de dagen ervoor geappt. Hij zou eigenlijk vanwege het Storioni Festival dat weekeind bij ons op hebben getreden en probeerde nu met optredens op internet toch geschiedenis te schrijven. Hij had me gevraagd of wij hier aandacht op onze social media aan  wilden besteden. Ik heb Pim, onze communicatieman, zijn bericht doorgestuurd en nummer geappt. Pim houdt van muziek dus ik dacht dat komt wel goed! Wouter was er op de dijk nog volop mee bezig toen ik hem tegen het lijf liep. Ik ken Wouter al best een poos en we helpen en inspireren elkaar waar we kunnen. Hij heeft zodoende met zijn vrouw Natalia, die ook violiste is, op het Sergio Herman diner tijdens de Dutch Design Week van 2018 op een enorme tafel opgetreden. ‘s Avonds hebben we op internet naar Argentijnse de muziek van Carel Kraayenhof en het Storioni trio geluisterd.

Mijn eerste stoeltjes en tafel in opdracht

Op een rustig moment belde ik Mieke. We hadden het er nog even over gehad of Mieke wel of geen ‘corona-thuis-slachtoffer’ zou zijn. Ik dacht eraan hoe ze zij aan zij met mama mijn moeders dood realistisch in de ogen had gekeken en kon me angst niet voorstellen. Ze nam op. ‘Hoi Mieke hoe gaat het? (…)Wij zijn in Edam omdat Steef me een cadeau heeft gegeven vind je het leuk als we langs komen? (…) Bij ons is Corona niet zo heftig.’ Mieke antwoordde positief met: ‘ja leuk, ik doe eerst wat boodschappen over een uur ben ik thuis.’ We reden naar Mieke maar ik kon het woonadres 1, 2, 3 niet vinden en typte het adres dat ze geappt had toch maar in. We werden naar een andere buurt gedirigeerd.

Ik herinnerde me opeens dat Mieke in het huis woont van Luuk, haar inmiddels overleden echtgenoot waarvan ze was gescheiden maar met wie ze altijd een goede relatie heeft gehouden. We parkeerden in de buurt van het huis met het blauwe houtwerk. Ik herkende het meteen want meer dan dertig jaar geleden heb ik met Nob die kleur gekozen en het huis geschilderd. Tijdens onze studie verdienden we bij met het opknappen van huizen en dat van Luuk hebben we toen flink onder handen genomen.

Eenmaal binnen en met een kop thee op de bank, keek ik naar de muur tegenover me, er hingen allerlei kunstwerken waaronder een paar die van mijn moeder zijn geweest. Het voelde als thuis. Toen ik mijn theekop op de salontafel zette zag ik dat dit het tafeltje is dat ik meer dan dertig jaar geleden voor Luuk heb ontworpen en gemaakt. Het is versleten maar kan opgeknapt worden; de conclusie was dat het nog prima functioneert. Toen we na een poosje weer opstapten ontdekte ik de eettafel en stoelen.

Het is de eerste tafel en stoelen die ik in opdracht heb vervaardigd. Ik vond toen dat het allemaal verschillende stoelen moesten zijn; dus 6 unieke stoelen en een tafel die uitschuifbaar moest zijn voor als er gasten waren. Mieke vertelde enthousiast dat de tafel nog prima functioneert en dat het tussenblad nog regelmatig tevoorschijn getoverd wordt. Er is één stoel kapot; een armleuning is afgebroken. Ik bood aan om het mee te nemen om te repareren. Mieke wist in eerste instantie niet waar het armpje lag maar bedacht zich meteen erna en haalde de stoel van boven. Ondertussen fotografeerden we enthousiast de stoelen en de onderkant van de tafel. Het was alsof we een soort schat ontdekten.

Het kapotte stoeltje dat Mieke inmiddels had gepakt heeft een leren zitvlak en dus maar één armlegger de andere is afgebroken maar makkelijk te maken. De kleur van het staal valt op; een beetje grijszwart, het leer is versleten met vlekken maar nog steeds prima en eigenlijk heel erg mooi. Onder het stoeltje zit een papieren sticker met ons logo ‘PIET HEIN EEK’, veel mooier dan hoe we nu onze meubels van merken voorzien.

Doordenken

Na een heerlijke avond bij mijn zus gingen we terug naar het huis van de Rozen. De volgende dag wandelden we weer door Edam en hadden de ene na de andere ontmoeting, we werden er allebei vrolijk van. Allemaal verhalen die mijn ‘sterke verhalen’ bevestigden. Onderweg deden we boodschappen en we bereidden een salade als lunch voor om in de tuin op te eten. Het meest constante tijdens de Nederlandse lockdown is misschien wel het prachtige weer. Het eerste weekeind nadat de restaurants weer open mochten is er meer regen gevallen dan in de hele periode ervoor. Gelukkig kan je van het weer niemand de schuld geven! Met de schaal, glazen en fles wijn in de hand nodigden we Martijn uit om mee te eten. We kwamen weer woorden en tijd te kort om elkaar alles te vertellen.

Ik heb het boek over zijn vader uitgelezen en nagedacht over deze geschiedenis die zich lijkt te gaan herhalen. Het huis is aan het vervallen nadat het glorietijden heeft meegemaakt. Aan het begin van de vorige eeuw vertoefden er verschillende schilders in het huis. Zowel Edam als Volendam waren toen een trekpleister voor schilders die de authentieke interieurs wilden schilderen. De ‘decadente’ schilder Anton van Welie die keizers, koningen, kardinalen, edellieden, dictators (o.a. Mussolini) en zelfs de Paus portretteerde, was een vriend van misschien wel de gekste eigenaar van het huis ooit. Ik meende me te herinneren dat Van Welie de leermeester is geweest van Jan Bogaerts een schilder waar ik zelf werk van heb en die ik reken ik tot de mooiste werken uit onze collectie.

Van links naar rechts: Pim Noothoven van Goor, ‘de gekste eigenaar van ‘De Meeuwen”, geportretteerd door Anton van Welie in 1911; midden en rechts: twee landschappen van Jan Bogaerts (coll. Piet Hein Eek).

Later heb ik het opgezocht en het klopt; Bogaerts heeft les gehad van Van Welie. Het weekeind zat vol idiote toevalligheden. Van Welie heeft niets te maken met Aart Roos, anders dan dat ze beiden kunstenaar waren en op deze plek hebben geleefd. Roos kende ik van naam en ik wist waar hij woonde. Mijn ouders hadden onder andere werken van de Edamse kunstenaars Benjamin Royaarts en Jaap van de Pol. De laatste wordt genoemd in het boek over Roos. En werk van Royaarts hangt nu in mijn kleinste huisje. Ik bedacht dat mijn liefde voor kunst misschien is ontstaan omdat mijn ouders contact hadden met kunstenaars en het de moeite vonden om hun werk aan te schaffen. Ook omdat die kunstenaars onderdeel waren van een gemeenschap waarin allerlei verschillende disciplines vertegenwoordigd waren en verkopen binnen die gemeenschap een manier was om in je levensonderhoud te voorzien. Heel anders dan nu het geval is.   

Triptiek Circle of birds, 1991, acrylverf op papier
Moeder en kind, 1959, olieverf op doek (particulier bezit) 
Dwerg, 1963, gouache op papier (collectie Stichting Aart Roos)

Door het boek bladerend en lezend constateerde ik dat ik het niet erg had gevonden als ik opgegroeid was met werken van Roos boven de bank. Zijn werk is prachtig en in zijn hoogtijdagen kochten onder andere Edy de Wilde, de toenmalige directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam, het Centraal Museum in Utrecht en nog een aantal grote Nederlandse musea zijn werk aan. Nu nog steeds is het werk prachtig en door het boek voel je ook dat Roos een kunstenaar van zijn tijd was maar wel een die zijn eigen weg zocht en vond.

In de tuin spraken we over de staat van het huis het werk van zijn vader en over muziek ook over de ontmoeting op de dijk met Wouter. Martijn wilde het Storioni trio of Wouter met zijn vrouw graag uitnodigen voor de serie huis- en tuinconcerten die hij aan het organiseren was. Deze optredens hebben als doel om het hoofd boven water te houden en fondsen te werven voor de restauratie van de huis ‘De Meeuwen’ (zo heet het huis eigenlijk). Ik sprak uit dat ik graag in onze galerie en het Hotel in Eindhoven het werk van zijn vader wil laten zien, onder de aandacht brengen en het prachtige verhaal verspreiden.

Martijn onderbrak zijn verhalen voortdurend om te wijzen en met een luisterend oor vogels te benoemen. Hij is net als zijn vader gegrepen door de polder, het IJsselmeer en de vogels. Ik beloofde hem het nummer van Wouter te geven met de waarschuwing dat hij wel echt een professionele muzikant is.

We praatten door over het huis en de kunst en ik vertelde hem over mijn idee van de plek een museum te maken met een B&B. Een vriend van Martijn had dat plan jaren geleden ook al maar de conclusie was dat een museum in het huis geen goed idee is. Ik ging door; niet in het huis maar over de volle lengte van de tuin een soort vitrine die tot aan de sloot loopt. Aan de andere kant van de sloot begint het terrein van het Fort van Edam wat ooit ‘Fort 1’ was van de Amsterdamse Waterlinie en nu natuurgebied en werelderfgoed is. Als het niet zou mogen qua vergunningen kan de galerij-galerie ook op wielen. Het werk van Aart hangt dan in de tuin en de omgeving waar en waardoor het ontstaan is. Het huis blijft de woning van Aart Roos (waar Martijn nu woont ) en de B&B’s kunnen verhuurd worden om geld in het laatje te brengen. Een ‘Aart Roos B&B en Museum’, ook opengesteld voor bezoekers. Martijn vond het een goed plan maar had als kanttekening dat het misschien helemaal niet zo fijn is de hele dag met je vaders nalatenschap te leven. Aan de andere kant kan op deze wijze de nalatenschap misschien met rust gelaten worden.

Bij ons afscheid kregen we van Martijn die even uit bed was gekomen (hij had tot drie ‘s nachts ‘zoom’ vergaderd) ieder een boek. Hij was naar eigen zeggen net de Slegte: boeken genoeg maar platzak! Op de terugweg genoten we van het weekeind en wat we allemaal hadden meegemaakt. Boven ons hoofd werden de matrixborden misbruikt voor opzwepende kennelijk angstaanjagende samen-tegen-Corona-teksten. Deze borden zijn en doorn in het oog maar net iets minder erg dan de sirenes die aan het begin van de crisis bij elk ritje aangezet werden terwijl er helemaal geen verkeer op de weg was, klaarblijkelijk beleid om mensen de stuipen op het lijf te jagen. Ik moest denken aan een bericht dat het boek ‘De Pest’ van Camus momenteel veel gelezen wordt maar naar mijn idee is ‘Massa en macht’ van Elias Canetti toepasselijker om te lezen. Toen we bijna thuis waren zag ik een intelligent en hoopvol matrixbord, wat ben ik blij dat ik in Nederland leef!

Logeren in ‘De Meeuwen’. Stuur een mailtje naar Martijn Roos: martijnroos@gmail.com


<<terug naar blogberichten